Ontstaan van de gangen

De eerste berichten over het gebruik van kalksteen dateren uit de Romeinse tijd, toen het gebruik van mergel als meststof in de omgeving van Zuid Limburg in de kronieken is beschreven. Ook het gebruik als bouwsteen moet in die tijd al bekend geweest zijn, maar toch moet het ontstaan van de gangenstelsels van de omvang zoals we die nu kennen niet in die tijd worden gezocht, maar eerder in de late middeleeuwen, toen als gevolg van oorlogen de vraag naar bouwstenen voor herstelwerkzaamheden en voor de bouw van fortificaties sterk toenam. Omdat men in de late middel-eeuwen niet in staat was om de dikke deklagen inclusief begroeiing te verwijderen, begon men de ontginning op die plaatsen waar de geschikte kalksteen in de hellingen dagzoomde. Met eenvoudige gereedschappen als zagen, beitels en houwelen begon men blokken uit de wand te breken.

Het werk van de blokbreker. Op plaatsen waar geschikte kalksteen aan de oppervlakte kwam begon men met het uitbreken van de blokken, horizontaal de steile wand in. Op die manier hoefden de bovengelegen lagen en bossen niet te worden verwijderd. Als men eenmaal een geschikte plaats had gevonden, (Soms was het nodig om eerst een tunnel te metselen voor men de geschikte kalksteen bereikte) begon men mergelblokken over een breedte van ongeveer 3 meter uit de wand te zagen. Breder kon men de gang niet maken omdat dan het plafond zou instorten. Het blokbreken ging als volgt:

  

Linksboven: Het eerste blok werd met een stootbeitel van het plafond losgemaakt. Midden boven: Daarna werd het blok met een zaag van de zijwand los gezaagd. Rechtsboven en linksonder: Als het blok rondom is los gezaagd, zit het alleen nog aan de achterzijde vast. Midden onder: Met behulp van keggen werd het blok vervolgens van de achterwand losgebroken en naar voren gekanteld op een laag zaagpoeder om breken te voorkomen. De nis die zodoende ontstond noemt men ‘t schap. Rechtsonder: De ruimte die door het weg kantelen van het eerste kalksteenblok vrijkwam kon de blokbreker gebruiken om de achterkant van het volgende blok los te zagen van de achterwand. Totdat  de achterwand over de hele breedte was weggebroken. En dan begon men met een nieuwe laag.

  

  

foto ‘s boven: hier zien we een groepje blokbrekers aan het werk. In de mergel werden een soort steigers gemaakt. Let eens op het eenvoudige blokbrekers- gereedschap dat zij gebruikten: stootbeitels, blokzaag en opzetzaag.                                                          foto ‘s onder: “moderne” blokbrekers tijdens een workshop “traditioneel blokbreken” verzorgd door Peter Kleijnen (Mergelbouwsteen Kleijnen).

  

 

Keer op keer werd op dezelfde wijze een laag van circa 60 cm van de achterwand gebroken, totdat op den duur een gang ontstond.  In het begin was er slechts een enkele gang, maar gaandeweg ontstond een stelsel. De gangen die op deze wijze ontstonden waren ongeveer 3,5 m hoog en zo’n 3,5 m breed. De gangen werden van elkaar gescheiden door pilaren van 4 tot 8 m dik. Deze dienden om het dak met aardlagen en bebossing te dragen. Gaandeweg groeide zo’n ontginning van een enkele gang uit tot een compleet stelsel.

  

Had men het einde van een concessie bereikt, of kwam men in een slecht gedeelte, met bijv. veel vuursteen of slechte klei-achtige mergel, of met aardpijpen, dan werd de ontginning vaak omzeild of in de diepte voortgezet. Dat is op de foto links goed zichtbaar aan de grote witte vlakken. Gangen konden meerdere keren worden uit-gediept, totdat ze hoogten van wel 15 m bereikten. Vooral in de gangenstelsels van de St. Pietersberg komen veel van die uitgediepte gangen voor.

Al deze gangen zijn met eenvoudige gereedschappen als blokzaag, houweel en stootbeitel door mensenhanden uitgezaagd en gebroken. Dat was zwaar en gevaarlijk werk. Soms, als men in een laag kwam met veel vuursteen had men dagen werk om deze met de houweel te verwijderen. Dat leverde geen blokken en dus ook geen geld op. Geen wonder dat je her en der in de gangen tekeningen en opschriften aantreft die herinneren aan dit zware werk: “Heb medelijden met deze werklieden En laat hun werktuig in vrijheid liggen” of “Dit werk is het slechtste van den berg. Daniel Prevo en Johannes Starmans hebben Dit geschreven in het jaar onzes heere 1825. Zij roepen om bermhertigheid”

Op de afbeelding onder is te zien hoe de gangen van het stelsel Slavante door de ENCI-groeve aangesneden zijn. Boven de gangen zijn ook de dikke lagen kalksteen en deklagen met begroeiing te zien die in vroegere eeuwen niet goed verwijderd konden worden. De hoogte van de gangen bedraagt op deze plaats meer dan 10 meter!

Gangen in het Slavantestelsel, aangesneden door de Enci-groeve

Zie hier hoe het het stelsel Slavante vergaat