Keerpunt

Keerpunt…

Houtskoolschets van Ir. D.C van Schaïk in het Zonnebergstelsel als eerbetoon voor zijn inspanningen tot behoud van de St. Pietersberg

Ir. D.C. van Schaik, heeft met het bestuderen en vooral ook door het in kaart brengen van de gangenstelsels een onschatbare bijdrage geleverd aan de erkenning van de cultuurhistorische en natuurhistorische waarden. Mede hierdoor lijkt zich rond 1967 een omslag af te tekenen. Als de Enci uitbreiding van haar concessies aanvraagt, ligt er inmiddels en dik pakket van studies en rapporten die het natuurbelang en de cultuurwaarde van de St. Pietersberg  onderschrijven. De concessie wordt verleend, maar veel minder omvangrijk dan aanvankelijk was gevraagd. Tegelijkertijd worden grote delen van de St Pietersberg aangewezen als natuurmonument, en door de ENCI overgedragen aan de Provincie Limburg. De definitieve begrenzing van de concessie wordt vastgelegd. Daarmee lijkt een eind te zijn gekomen aan de afbraak. Het centrale deel van Zonneberg en het Noordelijk gangenstelsel zullen behouden blijven.

De Enci mag nog tientallen jaren doorgaan met het winnen van mergel ten behoeve van de cementindustrie. Maar vanaf nu zal de winning van mergel in de diepte plaats vinden en zullen de gangenstelsels niet verder aangetast worden.

Vleermuizen

Voor de Vleermuizen zijn de gangenstelsels van onschatbare waarde, als verblijfplaats of om te overwinteren. Thans komen ongeveer 10 soorten min of meer algemeen voor in de St.Pietersberg. Van de zeldzame Bechsteins-vleermuis zijn de groeven zelfs de enige vind-plaats in Nederland. Verder zijn er onder andere de baardvleermuis, de dwergvleer-muis en de laatvlieger. Regelmatig worden vleermuistellingen georganiseerd door leden van natuurwerkgroepen of door leden van de Studiegroep Onderaardse kalksteen-groeven (S.O.K.) In de jaren 50 van de vorige eeuw hebben vooral de gebroeders Bels verdienstelijk werk verricht door tellingen en inventarisaties van vleermuizen. Het is dan ook geen uitzondering als je tijdens rond-zwervingen in de mergelgroeven vleermuizen ziet, meestal in rust. In de druk belopen gebieden (waar rondleidingen worden gegeven) laten de vleermuizen zich niet vaak zien.

Actieve bescherming en beheer. 

In 1977 wordt de de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven opgericht als onderdeel van het Natuurhistorisch Genootschap Limburg met als doel verder verval en verloedering van de groeven te voorkomen. Zij houdt zich verder bezig met de  bestudering en het in kaart brengen van de groeven. Vanaf 1981 zijn verschillende oude kalksteengroeven “geadopteerd” door SOK -leden, en in beheer genomen. Groeven die door de SOK worden beheerd worden schoongemaakt, gerestaureerd en van een toegangshek voorzien. Die groeven kunnen door SOK-leden in overleg met de beheerder worden betreden voor onderzoek (vleermuistelling; bestuderen van oude opschriften; mijnbouwtechnisch onderzoek; enz). Na een aantal jaar is besloten een splitsing aan te brengen tussen Onderzoek en studie enerzijds en beheer anderszijds. Daartoe is in 1997 de “Stichting Ir. D.C. van Schaïk” op te richten die zich gaat richten op het beheer van de kalksteengroeven.

Op dit moment heeft de stichting de volgende groeven in beheer:

  • Apostelgroeve
  • Roothergroeve
  • Scharnderberg
  • Scheuldergroeve
  • Groeve Theunissen 2
  • Vuursteenmijnen Rijckholt

“Bezoek” bovengenoemde groeven op de website van de Van Schaïkstichting

Plaatsing hek voor de ingang van de Apostelgroeve

Met de plaatsing van het hek bij de Apostelgroeve in 1981 werd de bescherming van de eerste SOK groeve een feit.