Stil, vochtig en donker.

Mijn volgende ontmoeting met de mergelgrotten dateert uit de jaren 90, een huwelijk en twee kinderen later. Als amateur paleontoloog nam ik regelmatig deel aan de excursies in de Enci-groeve om fossielen te zoeken. En ook toen hadden de grote donkere gaten van de kalksteengroeven die je vanuit de Enci ziet een duistere aantrekkingskracht op mij en gaandeweg nam ik behalve mijn geologenhamer ook een zaklamp mee tijdens de geologische excursies in de Enci- groeve. Vanuit de Enci- groeve kon je namelijk de gangen van het “Zonnebergstelsel” en de “Wilde Berg” betreden. Het had altijd wel iets mysterieus in die donkere vochtige gangen waar ieder geluid werd gesmoord door een dikke laag mergelpoeder op de vloer. Met de zaklamp eeuwenoude opschriften op de wanden zoeken en je afvragen wat het verhaal daar achter was of kijken of je fossielen kon ontdekken in de wand van de mergelgrot. Op een van die tochten stond ik op deze wijze oude opschriften te bestuderen in het schijnsel van mijn zaklamp totdat er plotseling iemand tegen mij begint te praten. Blijkt dat die mij gevolgd was door de gangen. Ik had hem totaal niet horen aankomen….Het mergelpoeder had alle geluiden gedempt.

Kennismaking met de mergelgrotten

Enkele overpeinzingen van een Brabander in Limburg.

Mijn eerste kennismaking met de mergelgrotten dateert alweer van de jaren 60. Als kind logeerde ik bij mijn grootouders aan boord van het binnenvaartschip m.s. Margerant dat 200 ton “Slavante”-mergel kwam laden in Maastricht. Pas veel later zou mij duidelijk worden dat mijn grootouders daarmee een klein beetje medeverantwoordelijk waren voor de afbraak van het gangenstelsel  “Slavante”. Uit die periode zijn me de zomeravonden in Maastricht bijgebleven en het zwemmen in de Maas en niet in de laatste plaats de wandelingen die ik vaak alleen maakte over hellingen van de Sint Pietersberg en langs de randen van de ENCI -groeve. Bij een van die wandelingen kwam ik langs de ingang van het stelsel “Zonneberg” onder de hoeve Zonneberg. Een groot zwart gat, dat op een of andere wijze lonkte. Nog geen hek toentertijd als ik me goed herinner, want ik kon de grot zo inlopen. Ik had geen zaklamp of iets dergelijks bij, hoe kon ik ook weten waar ik uit zou komen. Dus mijn eerste bergwandeling was niet langer dan de uiterste reikwijdte van het daglicht. Spannend….., onheilspellend. Dat waren de gedachten die me zijn bijgebleven.